Werkplek instructiekaarten (WIK) maken vanuit veiligheidsinformatiebladen (VIB)

Het VIB en WIK vergeleken

 

De basis voor een WIK is het veiligheidsinformatieblad. Dit is een document dat opgebouwd is uit 16 hoofdstukken en uitgebreide informatie geeft over o.a. de gevaarseigenschappen van het product met betrekking tot de gezondheid en het milieu en preventiemaatregelen die moeten worden genomen om veilig met de stof te kunnen werken. Een veiligheidsinformatieblad bevat ook technische gegevens die niet direct bruikbaar zijn voor de gebruiker op de werkplek, maar bijvoorbeeld wel van belang zijn voor de arbeidshygiënist en veiligheidscoördinator.

 

Het veiligheidsinformatieblad geeft veel meer informatie dan het etiket op de verpakking zelf, maar voor de gebruiker kan dit onoverzichtelijk zijn. De WIK vormt een samenvattend document waarin alle informatie die van belang is voor de gebruiker van het product overzichtelijk en in duidelijke taal wordt weergegeven. Het doel van een WIK is de gebruiker zo duidelijk en snel mogelijk te informeren over de gevaren van een product, de maatregelen die moeten worden genomen om veilig te kunnen werken met het product en hoe er moet worden gehandeld bij morspartijen, ongevallen en calamiteiten. Daarnaast geeft een WIK bijvoorbeeld aanvullende informatie over fysische eigenschappen van het product en maatregelen die moeten worden genomen bij opslag.

 

Hoe wordt een WIK vanuit een VIB opgesteld?

 

Ten eerste wordt bij het opstellen van een WIK gekeken naar de identificatie en toepassing van het product. Dit staat vermeld in hoofdstuk 1 van het VIB. Een toepassing kan bijvoorbeeld zijn “poederlak voor elektrostatisch spuiten” of “lak/aerosol”. Deze informatie kan het product zodanig beschrijven dat bij het opstellen van de WIK al een indicatie aanwezig kan zijn voor de mogelijke risico’s en maatregelen.

 

In hoofdstuk 2 van het VIB worden de gevaren van het product beschreven. Deze gevaren zijn afkomstig van de bestanddelen die in het product aanwezig zijn en kunnen fysische/chemische gevaren en/of gevaren voor de gezondheid en het milieu beschrijven. In hoofdstuk 15 worden deze gevaren nogmaals herhaald, maar deze keer in de vorm zoals het op het etiket van de verpakking wordt weergegeven. In hoofdstuk 15 worden naast de risicozinnen daarom ook het gevaarsymbool , een “bevat” zin (indien noodzakelijk) en de veiligheidszinnen weergegeven.

De informatie uit hoofdstuk 2 (en 15) wordt per blootstellingsroute (inademen, ogen, huid en inslikken) opgenomen onder het kopje “Risico”.

Daarnaast wordt vanuit hoofdstuk 15 de etikettering overgenomen op de WIK door het vermelden van de gevarensymbolen en de nummers van de R & S zinnen.

 

In hoofdstuk 3 van het VIB staan alle gevaarlijke componenten vermeld die in het product aanwezig zijn in een significante concentratie. Iedere component wordt vermeld met zijn eigen gevarenclassificatie. De CAS/EC identificatienummers van de componenten worden nagezocht op aanwezigheid in de Annex I stoffenlijst van 67/548/EC waarin stoffen zijn opgenomen met specifieke gevarenclassificaties en/of concentratielimieten. Tevens wordt nagezocht of de genoemde componenten op de Nederlandse CMR lijst voorkomen. Dit is een nationale lijst waar stoffen zijn opgenomen die kankerverwekkend, mutageen en/of reprotoxisch zijn. Van deze lijst wordt twee keer per jaar een update uitgegeven en deze updates worden meegenomen in het Toxic systeem van waaruit de WIK wordt gevalideerd.

Indien een stof aanwezig is op de CMR lijst, wordt onder “Persoonlijke maatregelen” aangegeven dat blootstelling moet worden vermeden.

De gevarenclassificatie in hoofdstuk 2 en 15 wordt kritisch bekeken ten opzichte van de gegevens in hoofdstuk 3 en indien nodig getoetst aan de hand van de stoffen- en preparatenrichtlijn (67/548/EC & 1999/45/EC). Indien een gevarenclassificatie van een product incorrect is, dan zullen de gegevens gecorrigeerd worden. In bepaalde gevallen zijn er dus als gevolg van correcties verschillen tussen een WIK en VIB mogelijk.

Op de WIK worden de afzonderlijke componenten getoond onder het kopje “Samenstelling”.

 

In hoofdstuk 4 van het VIB staan de EHBO maatregelen die moeten worden getroffen bij blootstelling aan het product. Deze maatregelen komen per blootstellingsroute op de WIK terecht onder het kopje “EHBO/BHV”. De genoemde maatregelen worden bekeken in vergelijking met de gevarenclassificatie van het product voordat ze op de WIK worden gezet. De EHBO maatregelen moeten goed in overeenstemming zijn met de gevaren die het product met zich meebrengt. Het moet bovendien ook duidelijk zijn wanneer er wel en wanneer er geen directe medische hulp noodzakelijk is.

 

In hoofdstuk 5 van het VIB staan brandbestrijdingsmaatregelen. De informatie in dit hoofdstuk wordt onderverdeeld op het WIK in “Risico”, “Preventie” en “EHBO/BHV”. Er wordt hierbij vooral ook gelet op de mate van (ont)brandbaarheid van het product en eventuele explosieve of oxiderende eigenschappen. Deze eigenschappen brengen specifieke maatregelen met zich mee. Voor het blussen van een brand zijn niet altijd alle blusmiddelen geschikt, ook hier wordt melding van gemaakt.

Gevaarlijke ontledingsproducten bij brand worden weergegeven onder “Overig” op de WIK.

Ter extra controle wordt de informatie in hoofdstuk 9 bij vlampunt en explosiegrenzen bekeken.

Eveneens wordt rekening gehouden met de gegevens over fysische/chemische gevaren in hoofdstuk 2 en 15.

 

In hoofdstuk 6 van het VIB staan maatregelen die getroffen moeten worden bij het onbedoeld vrijkomen van het product. Deze gegevens worden vermeld onder het kopje “Milieu maatregelen”, maar let wel, ze gaan niet alleen over milieu.

Bij de methode voor het opruimen wordt rekening gehouden met de gevaren van het product voor mens en milieu en met de fysische/chemische eigenschappen van het product.

Wanneer persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) nodig zijn, of aanbevolen worden, wordt dit vermeld door “zorg voor persoonlijke bescherming”. Het type PBM wordt afgeleid uit hoofdstuk 8 van het VIB en per blootstellingsroute vermeld onder “Preventie” op de WIK.

 

In hoofdstuk 7 van het VIB staan maatregelen voor een veilige hantering en opslag. Maatregelen die te maken hebben met brand-/explosiepreventie komen terecht bij het onderdeel “Preventie” van brand. Specifieke regels voor opslag worden vermeld onder het kopje “Opslag”, zoals bijvoorbeeld de eigenschappen van de opslagruimte, omstandigheden waartegen het product beschermd moet worden en onverenigbare stoffen.

De fysische/chemische eigenschappen in hoofdstuk 9 moeten in overeenstemming zijn met het advies voor opslag en vormen zo een referentiekader voor een extra check.

De (technische) maatregelen voor een veilig gebruik met het oog op gezondheid worden overgenomen per blootstellingsroute onder “Preventie”. Op deze maatregelen wordt specifieker ingegaan in hoofdstuk 8 van het VIB.

Ter bescherming van het milieu kunnen specifieke aanbevelingen worden gedaan voor de opslag. Deze aanbevelingen worden ook onder het kopje “Opslag” meegenomen.

Soms worden in hoofdstuk 7 algemene hygiënemaatregelen genoemd, zoals handen wassen na gebruik, maar deze informatie wordt ook vaak in hoofdstuk 8 gevonden. De betreffende informatie wordt op het WIK weergegeven onder “Persoonlijke maatregelen”.

 

In hoofdstuk 8 van het VIB worden de persoonlijke beschermingsmiddelen aangegeven, technische maatregelen ter beheersing van blootstelling en, indien beschikbaar, de beroepsmatige (nationale) blootstellinglimieten van de stof(fen) in het product.

De blootstellinglimieten worden niet apart vermeld op de WIK, maar onder het kopje “Opslag” wordt de werknemer wel attent gemaakt op het belang van goede maatregelen ter beheersing van blootstelling door de zin “vermijd hogere blootstellingconcentraties dan zijn toegestaan”.

De persoonlijke beschermingsmiddelen worden per blootstellingsroute weergegeven onder het kopje “Preventie”. Bij de keuze voor PBM wordt naast het gegeven in hoofdstuk 8 ter controle ook gekeken naar de toxicologische gegevens en symptomen onder hoofdstuk 11. Verder wordt er rekening gehouden met de gevaren(classificatie) van het product in hoofdstuk 2 en 15 en de vorm waarin het product aanwezig is.

Technische maatregelen kunnen betrekking hebben op bescherming van de gezondheid, maar kunnen ook specifiek gericht zijn op de fysische/chemische eigenschappen van het product. Meestal worden de technische maatregelen die direct voortvloeien uit de fysische/chemische eigenschappen al weergegeven in hoofdstuk 5 of 7, maar soms staan ze in hoofdstuk 8.

 

In hoofdstuk 9 van het VIB staat een opsomming van de beschikbare fysische en chemische eigenschappen van het product.

Op de WIK zijn deze gegevens te vinden onder de kopjes “Verschijningsvorm” en “Chemie”.

Vooral gegevens als het vlampunt, kookpunt, zelfontbranding, de explosielimieten, de pH-waarde, de relatieve dampdichtheid en de vorm zijn belangrijke controlepunten bij het opstellen van een WIK.

 

In hoofdstuk 10 van het VIB wordt informatie verstrekt over de stabiliteit en reactiviteit van het product. Te vermijden omstandigheden en te vermijden stoffen/materialen komen op de WIK terecht onder het kopje “Opslag”. Wanneer de lijst met stoffen/materialen erg lang is, wordt er verwezen naar het VIB.

Ook gevaarlijke ontledingsproducten/vrijkomende stoffen bij reacties en specifieke eigenschappen van het product die de stabiliteit/bruikbaarheid negatief beïnvloeden, zoals lichtgevoeligheid, worden weergegeven op de WIK, namelijk onder “Overig”.

 

In hoofdstuk 11 van het VIB staan toxicologische gegevens. De negatieve effecten die het product heeft op de gezondheid en de symptomen worden per blootstellingsroute overgenomen op de WIK bij het kopje “Risico”. De toxicologische waarden zelf worden niet overgenomen op de WIK.

Er zijn acute effecten, oftewel korte termijn, maar ook effecten op lange termijn mogelijk. De lange termijn effecten zoals bijvoorbeeld schade aan het centraal zenuwstelsel door organische oplosmiddelen worden aangegeven op de WIK bij “Toxicologie” onder “Lange termijn”.

 

In hoofdstuk 12 van het VIB worden ecologische gegevens weergegeven.

Indien een product erg belastend is voor het milieu, zal dit op de WIK onder het kopje “Toxicologie” bij “Milieu effecten” en “Aquatische gegevens” duidelijk worden aangegeven.

De ecologische waarden voor afbreekbaarheid, persistentie, bioaccumulatie en toxiciteit zelf komen niet op de WIK te staan.

Producten die zeer zuur of zeer basisch zijn, d.w.z. producten met een hele lage pH waarde of een hele hoge pH waarde, kunnen door deze eigenschap ook gevaarlijk zijn voor het milieu. De pH waarde is daarom ook een belangrijk gegeven.

Op de WIK wordt de WGK klasse (Duitse nationale regelgeving waarbij stoffen/preparaten worden ingedeeld in verschillende klassen die de mate van gevaar voor water aangeven) gemeld indien beschikbaar. WGK 1 betekent zwak waterbezwaarlijk , WGK 2 betekent waterbezwaarlijk en WGK 3 betekent sterk waterbezwaarlijk.

 

In hoofdstuk 13 van het VIB worden instructies voor verwijdering opgesomd.

Uit dit hoofdstuk kan worden afgeleid of een product valt onder chemisch afval of dat het bij het huisvuil mag worden gestort. De informatie in hoofdstuk 13 leidt vrijwel altijd tot de opmerking dat de verwijdering volgens wettelijke bepaling en/of nationale voorschriften moet gebeuren.

In bepaalde gevallen komen er belangrijke opmerkingen over lege verpakkingen voor, bijvoorbeeld bij zeer licht ontvlambare stoffen waarbij restjes in een lege verpakking toch nog gevaar kunnen opleveren. Dit soort zinnen worden overgenomen op de WIK.

 

In hoofdstuk 14 van het VIB staat transport informatie.

Deze informatie wordt, indien er een ADR classificatie aanwezig is, overgenomen in de Toxic database, maar komt niet op de WIK te staan.

Uit hoofdstuk 14 worden het UN nummer, de klasse, classificatiecode en verpakkingsgroep overgenomen. De gegevens worden op hun correctheid vergeleken met deel 3 van het ADR handboek.

 

In hoofdstuk 15 van het VIB staat de gevarenetikettering van het product, tenzij uiteraard het product als ongevaarlijk is beoordeeld. Dit hoofdstuk is al eerder behandeld in deze uitleg, zie de tekst over hoofdstuk 2 van het VIB.

 

In hoofdstuk 16 van het VIB staat overige informatie zoals welke hoofdstukken aangepast zijn sinds de vorige versie en de revisiedatum van het VIB. Ook bevat dit hoofdstuk alle genoemde risicozinnen in hoofdstuk 2 en 15. Deze zinnen worden niet overgenomen op het WIK aangezien het hier alleen een opsomming betreft. Over het algemeen levert hoofdstuk 16 geen relevante informatie voor de WIK.

 

Keuze van iconen:

De keuze voor de iconen op het WIK onder “Overige pictogrammen” hangt direct samen met de gegevens uit hoofdstuk 5, 7 en 8. Daarnaast wordt ook kritisch gekeken naar de gegevens in hoofdstuk 11 en de gevaren(classificatie) van het product in hoofdstuk 2 en 15.

 

Algemeen:

Bij de verschillende onderdelen op de WIK wordt altijd rekening gehouden met de gevaren(classificatie) van het product en de vorm waarin het product verkeert (bijvoorbeeld: poeder, vloeistof, gas onder hoge druk).

Bij significante afwijkingen of onduidelijkheden in een VIB wordt navraag gedaan bij de leverancier.

Terug naar de hoofdpagina